Boro na pao spiti! Ik mag naar huis!
De oude man straalt van geluk. Ik ken hem sinds een dag of twee, vanaf de dag dat ik op de afdeling neurologie ben opgenomen in het Algemene Ziekenhuis van Chania. Hij lag in het bed naast me en mag nu dus naar huis. Hij blij, ik blij want ik ben ondertussen zijn grappen meer dan beu.
Dat ligt niet aan hem maar aan mij, omdat ik weet dat hij mij zo af en toe vreselijk in de zeik neemt edoch mijn Grieks verreweg ontoereikend is om hem op gepaste wijze van repliek te dienen. In het bed tegenover mij een vrij jonge vent, een jaar of veertig schat ik, die, zo af en toe, wel bereid is om iets voor me te vertalen.
We liggen met z’n vieren op deze kamer. Allemaal hebben we een’stroke’ gehad, in meer of mindere mate. Ik gelukkig maar een heel kleintje deze keer, wat de artsen er echter niet van weerhoudt me hier vast te houden totdat er allerlei onderzoeken zijn gedaan. Elke dag beloven ze dat ik morgen naar huis mag maar dat er nog één onderzoek gedaan moet worden. Zo krijg ik een soort van netje over mijn hoofd met allemaal draden eraan die naar een geheimzinnig apparaat lopen waarachter een arts zit van alles te mompelen. Ook moet ik met mijn hoofd in een apparaat dat achteraf een defecte MRI scanner blijkt te zijn.
Daarom moet ik de volgende dag op eigen gelegenheid naar een ander ziekenhuis waar de MRI scanner wel werkt. Dan weer volgt er een triplex echo onderzoek naar de status van mijn halsslagaderen. De dag daarna wordt mijn bovenlijf volgeplakt met elektroden voor een cardiologisch onderzoek. Prima zorg zul je zeggen, en dat is het ook natuurlijk, alleen wordt ik nergens over geïnformeerd. Niet over wat er gaat gebeuren, niet over de resultaten, niks wordt er gezegd. Als ik er naar vraag dan is steevast het antwoord “We komen er straks op terug”. Dus mooi niet.
Elke dag rond 11:00 uur komt het hoofd van de afdeling neurologie met zijn hele staf langs. Ik moet telkens aan de TV-serie “House” denken als ik het stel zie binnenkomen. Bij ieder bed wordt er halt gehouden en wordt er uitgebreid en luid besproken wat de status is van de patient, wat er hem precies mankeert, wat het resultaat is van de onderzoeken en het vervolg van de behandeling. Alles uiteraard in het Grieks en ik krijg er natuurlijk weinig van mee, behalve “je mag binnenkort naar huis”. Dat hoor ik dus elke dag. Iedereen in de kamer, zowel de patienten als hun bezoek, (privacy is hier niet van belang) volgt vol belangstelling hoe het met de ander gaat.

